Inhoudsopgave
Laserveiligheid bij laserlassen | Richtlijnen en normen
Laserlassen groeit snel dankzij precisie en snelheid, maar veilig werken vraagt andere maatregelen dan bij booglassen. Infrarood laserlicht is onzichtbaar, geconcentreerd en kan ogen en huid in milliseconden beschadigen. In deze gids lees je de essentiële veiligheidseisen, normenkaders en praktische maatregelen voor laserveiligheid bij laserlassen - of je nu met een handlasersysteem werkt of met een geautomatiseerde cel. Meer achtergrond over proces en veiligheid vind je in het artikel Handmatig laserlassen: precisie, snelheid en kwaliteit in jouw werkplaats.
Belangrijkste risico's en hoe laserstraling schade veroorzaakt
De meeste laserlassers werken met krachtige vezellasers in het nabij-infrarood. Dat licht is onzichtbaar, maar de ooglens focust het op het netvlies. Een rechtstreekse of spiegelende reflectie van een Class 4-laser kan direct blijvende oogschade veroorzaken. Ook de huid loopt risico op brandwonden, zeker bij hogere vermogens of langdurige blootstelling. Reflecties van gepolijste, natte of geoxideerde oppervlakken versterken het gevaar, zelfs buiten de directe werkzone.
PBM: gebruik een gecertificeerde laserveiligheidsbril met de juiste golflengte en Optical Density. Een standaard lashelm volstaat niet. Voor handlasers biedt een speciaal afgeschermde helm extra oog- en gelaatsbescherming, zoals de Laser lashelm Univet MASTR.
Huidbescherming: draag huidbedekkende, niet-reflecterende kleding, handschoenen en dichte veiligheidsschoenen.
Luchtkwaliteit: laserlassen produceert minder rook dan booglassen, maar dampen en deeltjes blijven mogelijk schadelijk. Voorzie lokale afzuiging via las- en snijafzuiging en goede ventilatie.
Brandrisico: houd de omgeving vrij van brandbare materialen en voorzie geschikte blusmiddelen.
Naast bronafzuiging kan ruimtedekkende lasrookafzuiging de luchtkwaliteit verder verbeteren.
Voorkom dat omstanders onbeschermd in de gevarenzone komen. Iedereen binnen de afscherming draagt een juiste laserbril en is geïnstrueerd over de risico's.
Apparatuur, afscherming en normen die je moet kennen
Veilig laserlassen begint bij de juiste machinevoorzieningen en afscherming. Apparatuur en werkplekinrichting horen te voldoen aan Europese kaders en specifieke lasernormen:
Normen en richtlijnen: EN 60825-1 (laserklasse, markering en basisveiligheid), NEN-EN 11553-1/-2 (veiligheid van laserbewerkingsmachines), Machinerichtlijn 2006/42/EG, Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU en CE-markering.
Technische voorzieningen: sleutelcontact, vergrendelde behuizing of klasse-geschikte gordijnen, interlocks op deuren, noodstop, status- en waarschuwingslichten, vertraging bij inschakelen en veilige enable-schakelaar bij handlasers.
Afscherming: gebruik lichtdichte cabines of gecertificeerde lasschermen en afscherming met bewezen demping voor jouw golflengte en vermogen. Positioneer kijkvensters met geschikte filters, of scherm ze volledig af.
Toegangscontrole: fysieke markering van de gevarenzone, badge- of sleuteltoegang en duidelijke signalering zodat onbevoegden niet binnenlopen.
Controleer bij aankoop of retrofit altijd de conformiteit met de genoemde normen, inclusief documentatie, risicobeoordeling en testcertificaten van afschermmaterialen.
Arbeidshygiënische strategie: bron - organisatie - PBM
Bronmaatregelen: minimaliseer vermogen en lasduur tot wat procesmatig nodig is. Kies bundelparameters die spatten en reflecties beperken; zie Laserlas-parameters instellen.
Organisatorische maatregelen: richt een vaste laserzone in, beheer toegang, stel werkvergunningen in en plan preventief onderhoud en keuringen van interlocks en noodstops.
PBM: gebruik gecertificeerde laserbrillen, huidbedekkende kleding en geschikte handschoenen. Waar nodig aanvullende ademhalingsbescherming met gefilterde lucht (PAPR), bijvoorbeeld de Laser lashelm Tecmen 100LW met PAPR. Instrueer medewerkers over selectie, gebruik en opslag.
Werk volgens een vaste checklist per klus: machinecontrole, afscherming dicht, afzuiging aan, PBM op en only trained personnel in de zone.
Rollen, training en procedures
Wijs een Laser Safety Officer aan die het veiligheidsbeleid beheert. De LSO borgt de RI&E voor laserprocessen, houdt de normenkaders actueel, keurt afscherming en interlocks en traint collega’s in procedureel werken. Leg werkinstructies vast, inclusief opstart- en shutdown-stappen en het vrijgeven van de werkplek.
Noodprocedures: definieer wat te doen bij oogblootstelling, brand of interlock-fout. Zorg voor bereikbare noodstoppen, passende blusmiddelen en incidentregistratie.
Onderhoud en checks: periodieke test van vergrendelingen, noodstoppen, signalering en staat van gordijnen/filters. Documenteer bevindingen en corrigeer direct.
Training: combineer theorie over laserstraling met praktijk aan de machine. Herhaal toolboxen en beproef procedures via drills. Ondersteun dit met referenties zoals Laserlas-fouten herkennen en oplossen.
Wil je sparren over een veilige inrichting of passende PBM bij je lasertoepassing? Neem dan contact op met Crooijmans Machines voor productinformatie en advies.
Veelgestelde vragen over laserveiligheid bij laserlassen
Wat zijn de veiligheidseisen voor laserlassen?
Werk met afscherming conform EN 60825 en NEN-EN 11553, vergrendel de gevarenzone met interlocks, gebruik gecertificeerde laserbrillen met juiste OD en golflengte, borg ventilatie en afzuiging, leid personeel op en wijs een LSO aan. Leg procedures vast en test noodstops periodiek.
Is een laser strafbaar?
Een industriële laserlasser is niet verboden, maar gebruik moet voldoen aan Arbowetgeving, Machinerichtlijn en relevante lasernormen. Misbruik dat gevaar oplevert kan wel strafbaar zijn. Voor lasers in publieke ruimte kunnen extra regels of vergunningen gelden.
Is laserlassen net zo sterk als MIG-lassen?
Sterkte hangt af van ontwerp, materiaal, voorbewerking en parameters. Bij dunwandig materiaal en nauwkeurige passing is laserlassen vaak vergelijkbaar of beter, met minder vervorming. Voor dikker materiaal kan voorbewerking of hybride lassen nodig zijn om dezelfde sterkte te halen.
